Vragen aan… Ilse Karman

ilse karmanNa haar studie Europese studies aan de UVA ging Ilse Karman (1972 ) werken bij Ambo Anthos als Personal Assistant van de directeur/uitgever. Daarna werkte zij bij educatieve uitgeverijen Coutinho en Boom als adjunct-uitgever Communicatie. Daarnaast had ze haar eigen manuscriptbeoordelingsbureau Bureau De Jury. In 2008 startte ze een thrillerfonds bij Uitgeverij Verbum, dat uiteindelijk uitgroeide tot een eigen uitgeverij, De Crime Compagnie.

1. Hoe ben je terecht gekomen in de uitgeverswereld?
Na mijn studie belandde ik heel toevallig als uitzendkracht bij Uitgeverij Ambo/Anthos. Er ging een wereld voor me open. Het idee dat je van je hobby, lezen, je beroep zou kunnen maken. Vanaf dat moment was ik hooked.

2. Wat is de reden dat je voor jezelf bent begonnen als uitgever en dan specifiek op het gebied van thrillers?
In 2008 werd ik gevraagd door de uitgever van Uitgeverij Verbum om daar een fictietak op te zetten. De keuze voor thrillers was snel gemaakt, want sinds mijn eerste baan bij Anthos was dat mijn favoriete genre. Dat was het begin van het imprint Verbum Crime. Toen ik de kans kreeg om het bedrijf zelf te gaan runnen, heb ik die met beide handen gegrepen.

3. Wat zijn de werkzaamheden van een uitgever?
Omdat De Crime Compagnie niet een hele grote uitgeverij is, zijn mijn taken heel divers. Ik hou me bezig met de selectie van boeken, redactie, promotie, marketing, sales, omslagen, productiebegeleiding en bedrijfsvoering. Eigenlijk alles wat er bij het uitgeven van een boek komt kijken.

4. Lees je het hele manuscript of een deel ervan?
Ik lees zeker niet het hele manuscript, maar probeer wel meer dan 1 pagina te lezen in de hoop dat de auteur een langzame starter is. Maar vaak kun je eigenlijk al aan de eerste alinea zien of een auteur kan schrijven. Als dat het geval is, lees ik verder om de rest van het verhaal te beoordelen. Hoe zit het met de spanningsboog, hoe is de plot, is het verrassend? Een manuscript is nooit gelijk helemaal goed. Er zijn altijd verhaallijnen die moeten worden aangepast of personages die moeten worden verdiept. Het is altijd weer fijn als je een mooi manuscript uit de stapel kunt vissen.

5. Wat is de leukste ervaring die je hebt meegemaakt als uitgever?
Ik denk dat de leukste ervaring was dat Linda Jansma De Schaduwprijs won voor Caleidoscoop. Dat was de eerste prijs die een van mijn auteurs won en ik weet nog dat ik het heel spannend vond of ze als genomineerde in de prijzen zou vallen. Maar eigenlijk zijn er heel veel momenten die leuk zijn: fijne inspirerende gesprekken met auteurs, het moment dat je weer een prachtig manuscript leest, een notering in de bestseller 60. IIk denk dat ik echt kan zeggen dat ik de leukste baan van de wereld heb.

5. Wat betekent de samenwerking met boekbloggers en recensenten voor jou?
Bloggers en recensenten zijn heel belangrijk voor ons. Zij brengen onze boeken onder de aandacht van het publiek. Bovendien lezen ze het hele boek en geven vaak heel gefundeerd een mening. Soms vragen we zelfs al in eerder stadium of een blogger of recensent het boek wil lezen, zodat we met het commentaar het boek nog kunnen aanpassen. Het zijn voor ons fijne contacten met vaak veel kennis, die ze ook bereid zijn te delen.

Ilse, bedankt dat je de tijd hebt willen nemen om de vragen te beantwoorden.

©Plien 2014

 

Vragen aan… Linda Jansma

jansma350-2Linda Jansma (1967) schrijft al sinds haar kinderjaren, eerst voornamelijk voor zichzelf, later ook voor vrienden en in de schoolkrant. Op haar twaalfde stuurde ze haar eerste manuscript, een jeugdboek, naar een uitgeverij. Het werd niet uitgegeven, maar de positieve reacties over haar fantasie en schrijfstijl zijn sindsdien haar drijfveren geweest om verder te schrijven.

In 2009 veroverde ze een vijfde plaats bij de schrijfwedstrijd Beste Manuscript, waarna het niet lang duurde voordat ze in 2010 met haar eerste thriller Caleidoscoop debuteerde bij uitgeverij De Crime Compagnie (voorheen Verbum Crime). Met dit boek won ze de Schaduwprijs 2011, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende debuut en stond ze op de longlist van de Gouden Strop. Het boek is inmiddels vertaald in het Engels.
Op 11 februari 2012 verscheen Tweestrijd. Ook dit boek kreeg en krijgt nog steeds vele lovende reacties van pers en lezers. Het boek werd genomineerd voor de Crimezone Thriller Award en eindigde op de derde plaats in de categorie Nederlandstalig.
In oktober 2012 kwam Houvast in de winkels te liggen. Nog voordat het boek uitkwam, was de eerste druk al uitverkocht en reeds in de eerste week na verschijning waren de lovende reacties al in de pers en op internet te vinden. Inmiddels zijn er al meer dan 10.000 exemplaren van verkocht en kwam het boek op de longlist van de Diamanten Kogel terecht, de prijs voor de beste Vlaamse thriller.
Schuilplaats, Linda’s vierde boek, verscheen in oktober 2013 en kreeg tot nu toe alleen maar lovende recensies. In maart 2014 komt haar vijfde thriller op de markt, met als titel Doelwit. Inmiddels schrijft Linda alweer aan haar zesde boek.

Wanneer Linda niet aan haar manuscripten werkt, schrijft ze in opdracht commerciële teksten. Haar specialisme ligt op het veterinaire vlak, maar haar interesse is veel breder. Daarnaast werkt ze tweeënhalve dag per week in haar eigen hondentrimsalon.

Ik heb ‘Schuilplaats’ van Linda Jansma gelezen. Na aanleiding daarvan heb ik haar paar vragen per e-mail gestuurd. Wil je weten wat ik van het boek vond, lees dan mijn schuilplaatsrecensie over het boek.

1. Hoe ben je op het idee gekomen om in positieve belichting te schrijven over pleegouders en Jeugdzorg?
Ik merkte de laatste jaren dat Bureau Jeugdzorg wel heel erg slecht werd afgeschilderd, niet alleen in de media, maar ook gewoon onder de mensen. En dat vond ik jammer, want Jeugdzorg doet ook heel veel goed werk. Helaas worden altijd alleen de negatieve dingen over de instelling breeduit toegelicht, zonder dat men stilstaat bij het feit dat men nooit alle gegevens kent om tot een objectieve mening te komen. Ik vond dat de positieve kant van de jeugdzorg ook wel eens aan bod mocht komen en dat heb ik gedaan in Schuilplaats.

2. Op wat voor manier heb je onderzoek gedaan voor het boek ‘Schuilplaats’?
Tijdens het schrijven heb ik vaak contact gehad met een vrouw, die samen met haar man een aantal pleegkinderen onder haar hoede heeft. Dit zijn allemaal kinderen uit de opvoedingsvariant, waarbij de kinderen eigenlijk hun hele kindertijd bij de pleegouders verblijven. Daarnaast bieden ze ook nog ruimte aan kinderen voor crisisopvang. Dan krijgen ze dus één of meerdere kinderen tijdelijk in huis tot ze ofwel weer terug naar huis kunnen, of worden geplaatst in een vast pleeggezin. Deze pleegmoeder heeft me alle ins en outs van pleegzorg verteld en een aantal dingen in Schuilplaats komen ook rechtstreeks uit haar leven. De verhaallijn van de drie zusjes zijn ook enigszins gebaseerd op een situatie die bij haar in het gezin plaatsvond.
Daarnaast heb ik gesproken met een gedetineerde die in de laatste fase van zijn opgelegde straf zat. Zo kwam ik meer te weten over het leven achter de gevangenismuren.

3. Hoe ben je in aanraking gekomen met mensen die jou informatie hebben kunnen geven die je nodig had voor je boek?
Het pleeggezin leerde ik kennen via een vriendin. Zij had naast hen gewoond en kende hen goed. Tijdens een weekendje dat ik bij haar was, zijn we bij het pleeggezin op bezoek geweest en terwijl we daar waren, was er ook een klein meisje bij hen in crisisopvang. Het verhaal van dat meisje leidde uiteindelijk tot de verhaallijn van Schuilplaats.
Met de gedetineerde die ik gesproken heb kwam ik in aanraking door een andere vriendin. Zij is auteur van true crime boeken en werkt in de gevangeniswereld. Zij regelde voor mij een rondleiding door de gevangenis Noordsingel in Rotterdam en aansluitend een gesprek met de gedetineerde.

4. Heeft deze informatie ook de verhaallijn bepaald? Zoals Mike, die in de gevangenis zit?
Het verhaal van de drie zusjes is inderdaad gebaseerd op de informatie die ik van de pleegmoeder kreeg. Natuurlijk niet tot in details, maar wel globaal. Het verhaal van Mike is grotendeels verzonnen, maar het dagelijks leven in de gevangenis is wel afgeleid van wat hij me verteld heeft.

5. In maart komt weer een nieuw boek van jou uit. Kan je in het kort vertellen waar het over gaat?
Het boek dat in maart uitkomt is mijn vijfde thriller en heeft als titel Doelwit. Het gaat strikt genomen over eerwraak. Niet alleen over wat dat voor gevolgen heeft voor het slachtoffer, maar ook voor de personen die er – al dan niet bewust – bij betrokken zijn.

Linda, bedankt dat je de tijd hebt willen nemen om de vragen te beantwoorden.

©Plien 2013

Foto en cover van internet

Vragen aan… Juliet Marillier

JM with Harry smallerBio:
Juliet Marillier is geboren en opgegroeid in Dunedin, Nieuw-Zeeland en woont nu in West-Australië. Haar historische fantasy romans voor volwassen en jeugd zijn vertaald in vele talen en zij heeft diverse awards gewonnen, waaronder Aurealis, de American Library Association’s Alex Award, de Sir Julius Vogel Award en de Prix Imaginales. Haar diepgewortelde liefde voor folklore, sprookjesverhalen en mythologie is van grote invloed geweest op haar romans. Wanneer zij niet bezig is met schrijven, heeft Juliet de neiging tot het maken van “rugzak”-trektochten.
Lees meer over op http://www.julietmarillier.com

1.       Hoe bent u op het idee gekomen om ‘de Zeven Wateren’ serie te gaan schrijven?
Het sprookje ‘De zes zwanen’ was mijn favoriete kinderverhaal. Ik houd van die sterke vrouw die in dit verhaal centraal staat en de mysterieuze zwaantransformatie. Het is een verhaal vervuld van drama en spanning. Vaak heb ik mij afgevraagd hoe het zou zijn wanneer de dramatische gebeurtenissen van dit sprookje zouden hebben plaatsgevonden in een echt gezin. ‘Dochter van het woud’ was het resultaat van mijn poging om deze vraag te beantwoorden.
Hoewel het verhaal was is gebaseerd op een Duits Germaans verhaal, koos ik voor een Ierse omgeving omdat de zwanen zo duidelijk verbonden zijn met de Ierse mythologie.

De roman groeide uit tot een serie toen ik besefte dat de invloed van deze dramatische gebeurtenissen ook uitwerking heeft zou kunnen hebben op meerdere generaties van het gezin.

2.       Wat is de reden dat je graag over mythes, legend en mystiek schrijft?
Ik heb vanaf mijn jongste jaren gehouden van mythes en legendes, folklore en sprookjesverhalen en bestudeerde het mijn hele leven. Ik geloof dat de traditionele verhalen ons veel kan kunnen leren over onze eigen tijd en cultuur, de wijsheid in de verhalen is universeel. Het voelde voor mij natuurlijk aan om verhalen te schrijven die deze tradities reflecteren en thema’s bevatten die belangrijk voor mij zijn, zoals de manier waarop mensen reageren op uitdagingen – vinden ze hun innerlijke kracht, zijn ze beschadigd, hoe goed kunnen ze ermee omgaan?

Ik studeer ook graag geschiedenis, speciaal over de periode waar weinig over geschreven is. Die tijdsperioden en plaatsen zijn een vruchtbare basis voor een schrijversfantasie.

3.      Hoe doe je onderzoeken voor je boeken?
Deze dagen Tegenwoordig ben ik nauwkeuriger in mijn onderzoeken, omdat ik toch wat fouten heb gemaakt in mijn eerdere boeken. Voor ik ga schrijven lees ik veel over historische achtergronden en bestudeer de mythologie en cultuur uit die tijd. Voor sommige romans zijn er specifieke onderzoeken nodig – bijvoorbeeld, toen ik mijn roman Hartbloed schreef, waarin het centrale karakter is een schrijver is, moest ik veel leren over kalligrafie uit de middeleeuwse tijdsperiode. Voor de boeken waar vechtscènes in voorkwamen, moest ik onderzoek doen over wapens, uitrustingen en tactieken.

Ik reis, als ik kan, ook naar de plaatsen waar het verhaal zich afspeelt. Onderzoeken brachten mij naar ongewone plaatsen, zoals Transylvanië, Istanbul en de Faroër eilanden. Bezoeken van de locaties voegt een hele nieuwe dimensie aan schrijven toe.

4.      Wat voor boeken lees je graag?
Ik lees bijna van alles, vooral fictie. Ik lees een kleine selectie aan fantasy boeken, van de auteurs die ik goed vind, zoals Jacqueline Carey en Joe Abercrombie. Maar voor ontspanning lees ik meer algemene fictie, enkele van mijn favoriete auteurs zijn Iain Banks, Kerry Greenwood, Kare Morton, Jodi Picoult en ook klassieke auteurs zoals Dorothy L. Sayers en Daphne de Maurier. En ik lees nog steeds sprookjesverhalen en mythologie!

Ik wil mijn vader en zijn vriend/zakenpartner bedanken voor het helpen met vertalen.

©Plien 2013

foto copyright ligt bij de auteur.

Ask to… Juliet Marillier

JM with Harry smallerBio:
Juliet Marillier was born and brought up in Dunedin, New Zealand, and now lives in Western Australia. Her historical fantasy novels for adults and young adults have been translated into many languages and have won a number of awards including the Aurealis, the American Library Association’s Alex Award, the Sir Julius Vogel Award and the Prix Imaginales. Her lifelong love of folklore, fairy tales and mythology is a major influence on her writing. When not busy writing, Juliet tends to a small pack of waifs and strays. Find out more at http://www.julietmarillier.com

1.    How did the idea occur to you to write the Sevenwaters series?
The fairy tale The Six Swans was a childhood favourite of mine. I love the strong female character at the centre of this story, and the mysterious swan transformation. It’s a story full of drama and tension. I have often wondered what it would be like of the dramatic events of a fairy tale like this happened to a real family, and Daughter of the Forest was the result of my attempting to answer that question. Although the fairy tale on which the novel is based is a Germanic story, I chose the Irish setting because swans are so significant in Irish mythology.
The novel grew into a series when I realised that the impact of those dramatic events would affect the family for more than one generation.

2.    What is the reason that you love to write about myths, legends and mystics?
I’ve loved myths and legends, folklore and fairy tales since I was very young and have studied them all my life. I believe traditional stories have a lot to teach us about our own time and culture – the wisdom in them is universal. It felt natural for me to write stories that reflect those traditions and include themes that are important to me, such as how people respond to challenges – do they find their inner strength, are they damaged, how well do they cope?
I also love studying history, especially of those periods which have few written records. Those times and places are fertile ground for a writer’s imagination.

3.    How do you carry out the research for your books?
These days I am quite thorough about my research, though I made some errors in the earlier books. I read a lot of historical background before I start to write, and I study the mythology of the time and culture. For certain novels there are specific kinds of research required – for instance, when I wrote a novel called Heart’s Blood, in which the central character is a scribe, I had to learn a lot about calligraphy in the medieval period. For books with battle scenes I need to research weapons, armour and tactics of the period. And so on.
I also travel to the places where the book is set, if I can. Research has taken me to some unusual places such as Transylvania, Istanbul and the Faroe Islands. Going to see the locations adds a whole new dimension to the writing.

4.    What kind of books do you prefer to read?
I read quite widely, mostly general fiction – I read only a small number of fantasy books, usually by authors I especially like such as Jacqueline Carey and Joe Abercrombie. But most of my recreational reading is what you might call mainstream fiction – some of my favourite writers are Iain Banks, Kerry Greenwood, Kate Morton, Jodi Picoult, and also classic writers like Dorothy L Sayers and Daphne du Maurier. And I still read fairy tales and mythology!

Juliet, thank you so much for your time to answer the questions.

©Plien 2013

Photo copyright belongs to the author.

Ask to… Lisa Unger

lisa ungerLisa Unger is an award-winning New York Times and internationally bestselling author. Her novels have sold more than 1.5 million copies and have been translated into twenty-six different languages. Her writing is hailed as “stellar” (USA Today), “sensational” (Publishers Weekly) and “sophisticated” (New York Daily News) with “gripping narrative and evocative, muscular prose” (Associated Press).

I have read her book Heartbroken in Dutch. My review is in Dutch.Verdronken-hart-600

1. How did you get the idea for this book to have an island play an important role?
There were two locations that served as inspiration for the island and the story itself in HEARTBROKEN.  I visited an island owned by my family in Canada.  And I spent some time in Alaska, vacationing at a place called the Katchemak Bay Wilderness Lodge. Both of these places possessed a wild natural beauty. But I also sensed a kind of primal darkness.  These isolated settings, combined with the family dynamics that played out there, were the first germs for HEARTBROKEN.

2. Which of the female characters comes closest to yourself and why?
I don’t consider myself to be like any of the characters in HEARTBROKEN or any of my books. Each of my characters feels like a real and unique person whom I have met, rather than someone I have created.  But of course, they are all compilations of my imagination, my experiences, my observations, and theories on why people do the things they do.  But no character is modeled on any one person, and none of them is me precisely – though part of me lives in all of them.

3. How do you carry out the research for your book?
I generally take a three-pronged approach to research. Most of my research starts with the Internet — that’s where all my initial questions get answered.  If I need more, I’ll move on to books written on my particular subject matter.  And after that, I will find an expert willing to speak to me and answer my questions.  It is possible to put too much research into your novels, but it is not possible to know too much about your subject matter.  You have to know a great deal to make even the simplest things ring true.

4. What kind of books do you like to read?
I read widely within and without the crime fiction genre.  I am a non-fiction junkie, and read everything from psychology textbooks to books on science and history.  Some of my favorite authorsin crime fiction are Karin Slaughter, Laura Lippman, Kate Atkinson, Michael Connelly and Dennis Lehane – to name only a few. I am currently reading the The Game of Thrones series by George R. R. Martin, as well as Harlan Coben’s SIX YEARS.

Lisa, thank you so much for taking time to answers my questions.

©Plien 2013

pictures from Internet

Vragen aan… Lisa Unger

lisa ungerLisa Unger is een award winner New York Times- en internationale bestsellers auteur. Van haar boeken zijn er meer dan 1.5 miljoen verkocht en vertaald in 26 verschillende talen.
Haar boeken worden door (USA Today) “met sterallure”, “sensationeel” (Publishers Weekly) en “verfijnde smaak”(New York Daily News) met “boeiend, verhalend, levensecht en krachtig proza,” begroet.  (associated Press).

Ik heb ‘Verdronk hart’ van Lisa Unger gelezen. Na aanleiding daarvan heb ik haar paar vragen per e-mail gestuurd. Wil je weten wat ik van het boek vond, lees dan mijn recensie over het boek.Verdronken-hart-600

1. Hoe ben je op het idee gekomen om een eiland een belangrijke rol te laten spelen?
Er waren twee locaties in Verdronken Hart, die inspiratie opleverden voor het eiland en het verhaal zelf. Ik heb een eiland bezocht dat in het bezit is van mijn familie in Canada. En ik heb wat tijd in Alaska doorgebracht bij een plaats die “the Katchemak Bay Wilderness Lodge” heet. Beide plaatsen bezitten een wilde natuurlijke schoonheid. Maar ik voelde ook een oer-duisternis. Deze geïsoleerde omgeving, gecombineerd met de familiedynamiek, die zich daar afspeelde, waren de eerste kiemen voor Verdronken Hart.

2. Welke van de vrouwelijke karakters is het dichtst bij jezelf en waarom?
Ik zie mezelf niet terug in de karakters van Verdronken Hart of in die van ieder ander karakter in mijn boeken. Elk karakter voelt aan als een echt en uniek persoon die ik ontmoet heb, meer dan van iemand die ik heb gecreëerd. Maar ze zijn vanzelfsprekend ontstaan uit mijn fantasie, mijn ervaringen, mijn observaties en mijn theorieën over waarom mensen doen wat ze doen. Maar geen karakter staat als model van wie dan ook en geen van hen is exact wie ik ben, ofschoon een deel van mijzelf in hun allemaal leeft.

3. Hoe doe jij je onderzoek voor het boek?
Over het algemeen gebruik ik bij mijn onderzoek een benadering op drie punten. Het grootste deel van mijn onderzoek begint met Internet; daar vind ik een eerste antwoord op al mijn vragen. Als ik meer nodig heb, stap ik over naar boeken op die gaan over het onderwerp waar ik over wil schrijven. Daarna zoek ik een expert op die bereid is om er met mij over te praten en mijn vragen te beantwoorden. Het is mogelijk dat je teveel onderzoek verwerkt in je romans, maar het is niet mogelijk dat je teveel weet over het onderwerp. Je moet veel weten om de simpelste dingen werkelijk te laten kloppen.

4. Welke boeken lees je graag?
Ik lees veel zowel in als buiten het crime fiction genre. Ik ben een non-fiction-junkie en lees alles van psychologische boeken tot boeken over wetenschap en geschiedenis. Enkele van mijn favoriete auteurs in het genre crime fiction zijn Karin Slaughter, Laura Lippman, Kate Atkinson, Michael Connelly en Dennis Lehane, om er maar een paar te noemen. Op dit moment lees ik ‘Het spel der tronen’ van George R.R. Martin en ‘Zes jaar’ van Harlan Coben.

Lisa, bedankt dat je de tijd wilde nemen om mijn vragen te beantwoorden.

©Plien 2013

fotot en bookcover van internet

Vragen aan… Kind Kind

wendel en dennis kindIn 2001 beginnen Dennis en Wendel hun carrière met de oprichting van een internetbedrijf, waaronder verschillende nieuwssites vielen. Bijna tien jaar lang hielden zij zich bezig met het brengen nieuws over mode, kunst, uitgaan en design, met een enthousiast redactieteam in het hart van Amsterdam. Na de verkoop van de sites hebben Dennis en Wendel bijna 3 jaar ieder hun eigen carrière pad gevolgd, Dennis o.a. als algemeen directeur bij een uitgeverij in kunstboeken, Wendel had haar eigen marketing bureau. De passie voor kunst en schrijven maakte dat ze in de avonduren en op vrije dagen, samen aan het boek werkten. Het project nam met de tijd steeds grotere vormen aan, met als eindresultaat dit geweldige boek.

Ik heb ‘Secret Scouts en de verloren Leonardo’ van Kind Kind gelezen. Na aanleiding daarvan heb ik haar paar vragen per e-mail gestuurd. Wil je weten wat secret scoutsik van het boek vond, lees dan mijn recensie over het boek.

1. Hoe is het om samen een boek te schrijven?
Omdat we allebei een nogal rijke fantasie hebben is het fantastisch om daar ook actief iets mee te kunnen doen. We hebben daardoor altijd wel iets samen te bespreken. Allerlei voor andere mensen meestal onopvallende details, zijn voor ons al aanleiding om over na te denken en te bespreken of we dat in het verhaal kunnen verwerken; een gek loopje van iemand op straat, exotisch fruit bij de groenteboer, een bericht in de krant over een gestolen schilderij. Dat maakt het ontzettend leuk.

2. Kunnen jullie vertellen hoe dat te werk gaat, samen een boek schrijven? Verdelen jullie dan de taken en dergelijke?
In het allereerste begin van het proces hebben we samen de grove verhaallijn bedacht. Toen zijn we research gaan doen, daar is heel veel tijd in gaan zitten omdat de feiten natuurlijk echt helemaal moeten kloppen. Naar aanleiding van de research kwamen ook weer punten naar voren die het verhaal automatisch een nieuwe wending gaven. We hebben zelfs een moodboard gemaakt van sferen en locaties, zodat we zeker wisten dat we precies dezelfde beelden voor ogen hadden bij het schrijven. Pas toen we tevreden waren over de grove lijn, de feiten klopten en we enkele details hadden ingevuld zijn we gaan schrijven. Dennis schreef over het algemeen vooruit, Wendel volgde met details, vulde aan of schrapte juist overbodige passages.

Tijdens het proces hebben we steeds allerlei mensen laten proeflezen. In het begin 5 leerlingen uit groep 8 van de Gooische School en 5 volwassenen o.a. een psycholoog, een huismoeder en een kunsthistorica. Dit leverde heel verschillende feedback op rond details, maar allemaal waren ze meteen heel enthousiast over de verhaallijn. Enkele details hebben we aangepast naar aanleiding van de feedback. Toen hebben we het aan groep 7 & 8 van de Gooische School laten lezen. Ze hadden slechts een week om het te lezen. Toen we de klas inliepen voor de eindbespreking stonden ze op de banken zo enthousiast waren ze! Ze begonnen zelfs over wanneer de verfilming klaar zou zijn! Geweldig, vooral ook omdat het boek naast dat het een heel spannend verhaal is ook stiekem echt heel informatief is!

3. Hoe zijn jullie op het idee gekomen om Leonardo da Vinci in het boek te verwerken?
We hadden al heel lang het idee, vanwege onze gezamenlijke voorliefde voor kunst en geschiedenis, om als we ooit een boek zouden gaan schrijven, daar kunst in te verwerken. We hadden eigenlijk een andere kunstenaar voor ogen, maar in de loop van ons onderzoek stuitten we steeds vaker op eigenaardigheden rond Leonardo Da Vinci. Daar hadden we op een bepaald moment zoveel ideeën bij, dat het verhaal om die merkwaardigheden heen is geschreven. Als je gaat graven in de geschiedenis kom je echt veel vreemde onopgeloste vraagstukken tegen, wat dat betreft zouden we nog wel honderd verhalen kunnen schrijven.

4. Hoe hebben jullie het materiaal verzameld voor je boek, vooral over Leonardo da Vinci?
Allereerst is internet een geweldige bron. Van Wikipedia tot vreemde filmpjes van mensen over ufo’s in oude kunstwerken, alles hebben we doorplozen. Daarnaast heel veel boeken over Leonardo Da Vinci, maar ook over de renaissance en andere prominente tijdsgenoten.

Dennis en Wendel, bedankt dat jullie de tijd hebben willen nemen om de vragen te beantwoorden.

©Plien 2013

Auteurs foto van http://www.secretscouts.com
boekcover van goodreads.com

Vragen aan… Femke Roobol

Femke-Roobol-foto-Bonnita-Postma-199x300Femke Roobol werd op 21 februari 1966 geboren in Den Haag.
Creatief omgaan met taal heeft al van jongs af aan een grote plaats ingenomen in haar leven, vaak gingen haar kindertekeningen vergezeld van kleine verhaaltjes, die zij er bij schreef.
Zij leerde zichzelf lezen al voordat zij naar school ging en verslond al gauw ieder boek dat er in de bibliotheek te vinden was. De brief van de koning (Tonke Dragt), Kruistocht in spijkerbroek (Thea Beckman), Het woud der verwachting (Hella Haasse) en In de ban van de ring (J.R.R. Tolkien) lagen haar het meest aan het hart.
Op het VWO koos Femke een vakkenpakket dat bestond uit Geschiedenis en zes talen (Duits, Engels, Frans, Grieks, Latijn en Nederlands).
In haar studietijd woonde Femke in Leiden, waar zij Italiaanse taal- en letterkunde studeerde aan de universiteit. Zij heeft ook een jaar lang Scandinavistiek gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam.
Femke is getrouwd en heeft twee studerende kinderen. Zij woont samen met haar man in Stompetoren, een dorp in de buurt van Alkmaar. Een van de hobby’s die zij delen is geschiedenis. Ze zijn samen regelmatig samen in musea en archieven te vinden om inspiratie op te doen voor een nieuw boek. Ook zoeken zij stambomen uit voor iedereen die iets over zijn afkomst en voorouders wil weten.

Ik heb ‘De laatste Winter’ van Femke Roobol gelezen. Na aanleiding daarvan heb ik haar paar vragen per e-mail gestuurd. Wil je weten wat ik van het boek vond, lees dan mijn recensie over het boek.De laatste winter

1. Wat is de reden dat je voor de Hongerwinter hebt gekozen?
Ik wilde over een echt Nederlands onderwerp schrijven en dan ook nog een onderwerp uit de Tweede Wereldoorlog kiezen waarover nog niet zo heel vaak in de literatuur geschreven is. Daarom heb ik de Hongerwinter gebruikt. En ook omdat ik het verhaal wilde vertellen vanuit het oogpunt van gewone mensen.

2. Ik vind het mooi hoe je de razzia van Putten erin hebt verweven. Er waren meerdere razzia’s, waarom heb je voor de razzia van Putten gekozen?
Dat kwam eigenlijk doordat ik in de tijd dat ik het skelet van het verhaal in elkaar zette ook bezig was met een stamboomonderzoek voor iemand. Degene naar wie we onderzoek deden was omgekomen op de Cap Arcona. Toen ik de geschiedenis van de ondergang van de Cap Arcona nader bekeek, las ik als vanzelf ook over de Puttense mannen. Ik wist wel iets van de Razzia van Putten, maar niet alles. Toen ik me in het verhaal van het dorp verdiepte, wist ik dat ik daarmee een prachtig onderwerp voor ‘De laatste winter’ had. Dit verhaal wilde ik graag nog een keer vertellen.

3. Hoe heb je het materiaal verzameld voor je boek?
Het meeste materiaal komt uit boeken die over de Hongerwinter in Amsterdam, voedseltochten vanuit Amsterdam, de Razzia van Putten en Neuengamme gaan. Daarnaast heb ik het voormalig concentratiekamp Neuengamme zelf bezocht, net als de Lübecker Bocht waar de schepen met de gevangenen uit het kamp per ongeluk gebombardeerd zijn door de Engelsen. Ik sprak bovendien met iemand van wie de vader bij de Razzia van Putten is weggevoerd en niet meer teruggekomen. Hij heeft me door Putten rondgeleid en die middag kon ik ook de kerk van binnen zien.
Met de vader van mijn zwager sprak ik over het dagelijks leven in de oorlog om zo een aantal feiten te verifiëren.
En ik heb de laatste overlevende van de razzia een paar keer mogen ontmoeten: Jannes Priem (nu 87 jaar). Hij heeft me een heleboel details over het kampleven verteld waardoor ik me nog beter in kon leven. Zijn verhaal is te lezen op zijn eigen website: http://www.jannespriem.com

4. Hoe ben je op het idee gekomen over de gelijkenis van Maarten en Bastiaan?
Mijn directe aanleiding voor het thema van het verdriet en hoe hier mee wordt omgegaan in ‘De laatste winter’ werd getriggerd toen ik naar een uitzending van ‘In Europa’ keek van Geert Mak. Deze ging over frontsoldaten in de Eerste Wereldoorlog. Ik wilde een echt Nederlands thema hebben, dus verplaatste ik het verhaal naar de Tweede Wereld Oorlog. Nederland was in WOI tenslotte neutraal.

Femke, bedankt dat je de tijd hebt willen nemen om de vragen te beantwoorden.

©Plien 2013

Foto Femke van http://www.femkeroobol.nl
Boekcover ontvangen via notjustanybooks

Vragen aan… Anne Nicolai

Anne NicolaiAnne Nicolai is afgestudeerd ingenieur. Zij heeft voor de schoolkrant geschreven, later als journalist en tekstschrijver.
Sinds de jaren negentig schrijft ze korte verhalen, waarmee ze prijzen heeft gewonnen bij meerdere schrijfwedstrijden. Zij is geïnteresseerd in het bovennatuurlijke en dat komt ook terug in haar verhalen.
Zij is getrouwd en is moeder van twee kinderen.
Sprakeloos is haar debuut.
Wil je wat meer over haar lezen, dan kun je het hier lezen.

Ik heb ‘Sprakeloos’ van Anne Nicolai gelezen. Na aanleiding daarvan heb ik haar paar vragen per e-mail gestuurd. Wil je weten wat ik van het boek vond, leessprakeloos dan mijn recensie over het boek.

1. Is fotograferen een hobby van je? Zo ja, is dat dan de reden om de fotocamera een belangrijke bijrol te geven? Zo niet, hoe ben je op het idee gekomen en hoe heb je informatie erover verzameld?
Ik fotografeer graag, maar ik ben geen professioneel fotograaf. Zonder al te veel van de plot prijs te geven: allereerst had ik voor het verhaal een camera nodig met bepaalde eigenschappen. Op internet las ik over lomografie en toen ben ik research gaan doen. Toen ik ‘mijn camera’ gevonden had, heb ik alle mogelijke informatie erover verzameld. Je wilt als schrijver alles weten. Waar komt de camera vandaan? Hoe werkt hij precies, en wat voor foto’s maakt hij? Als je dat allemaal weet, kun je dat in je verhaal verwerken.

Ook is Chloe echt een trendsetter, want naast de oude camera heeft ze nog een andere  hobby: lp’s verzamelen. De camera, de lp’s en de handgeschreven briefjes vertegenwoordigen het traditionele in haar leven, maar tegelijkertijd maken ze haar ook trendy. Want het is tegenwoordig weer helemaal ‘in’ om vinyl te verzamelen, en de fotocamera heeft een cultstatus.

2. Ik vond het interessant te lezen over diverse manieren van communicatie. Hoe belangrijk is communicatie voor jou?
Heel belangrijk! Ik heb een technische studie gedaan waarbij ik ben afgestudeerd op communicatie. De hoofdpersonen in Sprakeloos, Chloe en Alex, communiceren alleen via briefjes, waarop ze heel sec het hoogst noodzakelijke opschrijven. Waar ze heen gaan die dag, de boodschappen voor morgen. Natuurlijk schrijf ik fictie, maar ook in de werkelijkheid zie je dat mensen langs elkaar heen leven. Collega’s die naast elkaar zitten, sturen mails in plaats van dat ze met elkaar praten. Ouders lezen via Facebook of Twitter dat hun dochter een nieuw vriendje heeft. Mensen gaan niet meer bij elkaar langs, vaak bellen ze niet eens meer, in plaats daarvan mailen of whatsappen ze. Je ziet dan communicatiestoornissen ontstaan en in Sprakeloos hebben die een enorme impact op Chloe.

Een ander thema is het liegen. Er is onderzoek naar gedaan hoe vaak mensen dat doen en de gemiddelde cijfers lopen uiteen van anderhalf tot zes keer dag. Als je dat op jezelf betrekt, is dat bijna niet te bevatten. De vraag, of je liegt als je iets verzwijgt vond ik erg interessant en daarom heb ik die in Sprakeloos verwerkt.

Ook in het boek dat ik nu aan het schrijven ben, speelt communicatie een belangrijke rol. De hoofdpersoon komt terecht in een omgeving waar ze het plaatselijke dialect niet spreekt en daar ondervindt ze in het dagelijks leven veel hinder van. Ze heeft een jong dochtertje dat nog niet goed kan praten. Ook daar loopt het spaak.

3. Ik lees op het internet dat je journalist bent geweest. Is dat een reden waarom je hoofdpersoon Chloe journalist is?
Onder andere. Men zegt wel: ‘Write what you know’. Omdat ik ervaring heb als journalist, was het een voor de hand liggende keuze. Tegelijkertijd haakt het in op het thema communicatie, want dat is de kern van het beroep: nieuws communiceren naar je lezerspubliek. Het werk van een journalist is ook een heel praktisch, echt hands-on. Elke dag heb je een strakke deadline. Chloe’s vriend Alex daarentegen is wetenschapper. Dat vormt een enorme tegenstelling tot wat Chloe doet, want wetenschappelijk onderzoek neemt vaak jaren in beslag. Chloe kan zich als journaliste die tijd niet veroorloven, zeker niet als het dode meisje op het strand gevonden wordt…

Anne, bedankt dat je de tijd hebt willen nemen om de vragen te beantwoorden.

Ik wil ook Ilse Karman van de uitgeverij De Crime Compagnie bedanken voor de medewerking.

©Plien 2013

Foto van de website De Crime Compagnie

Ask to Ben Kane

Ben KaneBen Kane is born in Kenya. He grows up there and in Ireland. Later he has traveled around the world. Before he became fulltime writer he was veterinarian. He is married and have children. He lives in England. You can read more about him on his website, http://www.benkane.net

The books I have read of him can be found on recensie pagina of vragen aan… Only of Hannibal is an English review.

1. Why do you choose to write about ancient Rome and not about any other historical period in time?
Why I choose the Roman period as the setting for my novels and the storytelling possibilities this provides.

There are a number of reasons that I chose the Roman period as a background for my novels when I set out to become a full time author. I knew that I wanted to write military historical fiction, in the style of such great authors as Bernard Cornwell. I was particularly drawn to the Romans and the Vikings, as I had been since childhood. Although the legions never came to Ireland (where I grew up), the iconic YA book, The Eagle of the Ninth by Rosemary Sutcliff, cast me under its spell when I was about nine or ten ― and it never let me go.

In 2001/2, I spent a year working on the Foot and Mouth Disease outbreak as a veterinarian. I was posted to Northumberland, in northern England. This is the county through which most of Hadrian’s Wall runs. Little was I to realise, but this would reawaken the interest I’d had in Rome more than twenty years previously. I took the chance to visit the wall frequently, and could not help but imagine Roman soldiers standing on it, living in the forts there and serving out their careers wondering how in hell they had come be there, at what must have seemed the ends of the earth. I decided to write a book about such men. My first novel (begun in 2003 and never published) was about a real life rebellion in AD 181, on/around Hadrian’s Wall.

I also thought that Rome would be interesting to write about because it has such a long and glorious martial history. There are more than a thousand years of wars, politics, battles and tragedy to pick and choose from. Unlike other authors who write about Rome, I found myself drawn to the Republican period. Initially, I thought that was coincidence, but I think there’s more to it now. Coming from a republic, I disagree fundamentally with the idea of monarchy. I therefore find myself instinctively disliking Roman emperors, which means that I find the idea of novels set after the Republic’s fall less appealing. Still, that doesn’t confine me. I’ve been working backwards since my first trilogy, writing novels about Spartacus and currently, a second novel about the Second Punic War, which took place between 218 and 202 BC. There’s plenty more Roman history before that too, so I hope not to run out of material any time soon.

2. How do you make the inquiries into the subjects of your books?
Research is an intimate part of writing historical fiction. It’s the foundation upon which each good story rests, and as such, it needs to be robust and well-laid. In my opinion, without a good basis in reality or fact, historical fiction becomes either historical fantasy or alternate history. There’s absolutely nothing wrong with those genres ― I’m fond of them myself, especially the latter ― but they fall into a different classification to the books I write.

Research can take many forms, but the methods that I find most useful are reading textbooks, studying the information on relevant websites, visiting museums and/or historical sites, and attending re-enactment events, where I can soak up the atmosphere and talk to the men and women who work so hard at helping us to understand how life was thousands of years ago. I like to buy small items that have been made as they were long ago. The bookshelf over my desk has a whistle, a bone hairpin, a little oil lamp, a brass whistle, a blue glass and other Roman trinkets on it.

Some textbooks can be very dry, full of details that tell us much about the structure, politics and  customs of ancient society but which reveal precious little about the real people who lived so long ago. Nonetheless, there’s great enjoyment to be had ― for me at least! ― in soaking up some of the huge quantity of information to be found inside the covers of textbooks. At times, the knowledge doesn’t always seem relevant, but it often becomes useful at a later time.  There is also a guilty pleasure in spending a few days in a café, reading texts and making notes. Somehow, it doesn’t seem like real work, although of course it is!

I’ve learned to be careful about which historical websites I trust enough to use information from. There are literally just a handful, which are generally run by academics, universities or re-enactors. Sadly, an awful lot of other sites just cut and paste articles that have been posted elsewhere, which means that inaccurate information is perpetuated. As a rule of thumb, if the historical information isn’t referenced, don’t believe it!

3. If you could choose, who would you like to be, Hannibal or Spartacus?
My goodness, what a question!

Neither one had a good death, so I’m not sure either! If I had to choose, however, I would pick Hannibal, because he was the general who so nearly beat Rome. For all that Spartacus’ achievements were considerable, he did not beat the massed might of Rome’s entire army, as Hannibal did at Cannae, nor did he fight them on their own ground and win more times than he lost, for sixteen years.

4. Are the books of Spartacus and Hannibal going to be published in Dutch?
The Spartacus books are, yes.
As yet, the Hannibal one has not been purchased by my Dutch publisher, but I hope that that will change soon!

The questions and answers are also in Dutch.

©Plien 2013

Vragen aan Ben Kane

Ben KaneBen Kane is geboren in Kenya. Hij is daar en in Ierland opgegroeid. Later heeft hij veel gereisd. Voor hij fulltime schrijver werd, was hij een dierenarts. Hij is getrouwd en heeft kinderen en woont in Engeland. Je kunt op zijn website alles lezen over zijn boeken en zijn goede doel waar hij nu voor traint, http://www.benkane.net

De boeken die ik van heb heb gelezen kan je terug vinden op mijn recensie pagina of vragen aan…

1. Waarom kies je ervoor om over Oud-Romeinse tijdsperiode te schrijven en niet over andere historische tijdsperiodes?
Waarom ik de Romeinse periode koos als achtergrond voor mijn romans en waarom die de verhaalmogelijkheden levert

Er zijn een aantal redenen dat ik de Romeinse periode koos als achtergrond voor mijn romans toen ik het plan opvatte om een full time auteur te worden. Ik wist dat ik militair historische fictie wilde schrijven in de stijl van zulke grote auteurs als Bernard Cromwell. Al vanaf mijn jeugd werd ik met name aangetrokken tot de Romeinen en de Vikingen. Hoewel de legioenen nooit tot in Ierland (waar ik opgroeide) kwamen, werd ik toen ik ongeveer negen of tien jaar was, betoverd door het beeldende boek voor jonge volwassenen The Eagle of the Ninth (De adelaar van het Negende) door Rosemary Sutcliff – en het heeft mij nooit meer losgelaten.

In 2001/2 was ik een jaar werkzaam als dierenarts tijdens een uitbraak van mond- en klauwzeer. Ik was toen gestationeerd in Northumberland, in het noorden van Engeland. Dit is de streek waar het grootste deel van de Muur van Hadrianus doorheen liep. Ik was mij hiervan nauwelijks bewust, maar dit wakkerde opnieuw mijn belangstelling aan voor Rome, die ik eerder twintig jaar geleden had. Ik greep de kans aan om de muur herhaaldelijk te bezoeken en ik kon mij, of ik wilde of niet, de Romeinse soldaten voorstellen die daarop stonden, in de forten woonden en hun tijd uitdienden terwijl zij zich erover verwonderden hoe ze in godsnaam op deze plek, die voor hen het einde van de wereld moet  hebben geleken, terecht waren gekomen. Ik besloot een boek over zulke mannen te schrijven. Mijn eerste roman (begonnen in 2003 en nooit gepubliceerd) ging over een werkelijke opstand in het jaar 181 AD, op en rondom de Muur van Hadrianus.

Ik vond ook dat Rome interessant zou zijn om over te schrijven, omdat het zo’n lange en roemrijke oorlogsgeschiedenis had. Er kon een keuze worden gemaakt uit meer dan duizend jaar van oorlogen, politiek, veldslagen en tragedie. In tegenstelling tot andere auteurs, die over Rome schrijven, voelde ik mij aangetrokken tot de republikeinse periode. Aanvankelijk dacht ik dat het toeval was, maar nu denk ik dat het meer is. Afkomstig uit een republiek staat het idee van een monarchie mij tegen. Om die reden heb ik een afkeer van Romeinse keizers, wat inhoudt, dat ik het idee van romans, gesitueerd na de val van de republiek, minder aantrekkelijk vind. Dat beperkt mij nochtans niet. Sinds mijn eerste trilogie heb ik terug naar het verleden gewerkt door romans te schrijven over Spartacus en onlangs een tweede roman over de Punische oorlog, die plaatsvond tussen 218 en 202 BC. Ook daarvoor is er veel meer Romeinse geschiedenis en ik hoop dus niet dat ik op enig moment tegen een tekort aan materiaal aanloop.

2. Hoe doe je research voor het schrijven van historische fictie?
Research is een essentieel deel van het schrijven van historische fictie. Het is fundament waarop ieder goed verhaal rust, het moet stevig en goed onderbouwd zijn. Zonder een goede reële of feitelijke basis wordt historische fictie historische fantasie of subsidiaire geschiedenis. Er is absoluut niets mis met deze genres, (zelf houd ik wel van, vooral van de laatste) maar zij vallen in een andere categorie dan de boeken die ik schrijf

Research kan veel vormen aannemen, maar de methoden die ik het meest nuttig vind, zijn het lezen van leerboeken, het bestuderen van de informatie op relevante websites, bezoeken van musea en/of historische plaatsen en het aanwezig zijn tijdens het naspelen van gebeurtenissen, waar ik de atmosfeer kan opzuigen en kan praten met de mannen en vrouwen, die zo hard werken om ons te helpen begrijpen hoe het leven duizenden jaren geleden was. Ik houd ervan kleine dingen te kopen, die gemaakt zijn zoals heel lang geleden. Op de boekenplank boven mijn bureau staat een fluit, een benen haarspeld, een kleine olielamp, een koperen fluit, een blauw glas en andere Romeinse snuisterijen.

Sommige leerboeken kunnen erg saai zijn, vol met details, die ons veel vertellen over de structuur, de politie en de gebruiken van de klassieke samenleving, maar erg weinig over de echte mensen die zo lang geleden leefden. Desalniettemin is er veel plezier te beleven (althans voor mij!) bij het opnemen van de geweldige hoeveelheid informatie die binnen de omslagen van deze boeken te vinden is. Soms lijkt de kennis niet altijd relevant, maar ze wordt vaak op een later tijdstip nuttig. Het is ook een schuldig plezier om enkele dagen door te brengen in een café met het lezen van teksten en het maken van aantekeningen. Op de een of andere manier lijkt het geen echt werk te zijn, hoewel het dat natuurlijk wel is!

Ik heb geleerd om voorzichtig te zijn met welke historische websites die ik voldoende vertrouw om er informatie van te gebruiken. Dat zijn er in werkelijkheid maar een handjevol, die gewoonlijk worden beheerd door academici, universiteiten of reconstructeurs. Helaas, een heleboel andere sites knippen en plakken artikelen, die elders zijn geplaatst, wat betekent dat onnauwkeurige informatie voor altijd wordt vastgelegd. Als vuistregel: historische informatie, die niet is voorzien van verwijzingen is niet geloofwaardig!

3. Als je kon kiezen, wie zou je dan willen zijn, Spartacus of Hannibal?
Goede hemel, wat een vraag!
Geen van beiden had een goede dood en ik ben er ook niet zeker van! Als ik echter moest kiezen, zou ik Hannibal nemen, omdat hij de generaal was, die Rome zo goed als versloeg. Ofschoon de prestaties van Spartacus aanzienlijk waren, versloeg hij niet de samengebalde macht van het hele Romeinse leger zoals Hannibal deed in Cannae, noch vocht hij met hen op hun eigen bodem en won gedurende 16 jaar vaker dan hij verloor.

4. Worden je boeken Spartacus en Hannibal in het Nederlands uitgebracht?
De Spartacus boeken wel, ja. Tot nu toe is het Hannibal boek niet door mijn Nederlandse uitgever aangekocht, maar ik hoop, dat dat gauw zal veranderen!

De bovenstaande vragen en antwoorden zijn ook in het Engels, aangezien Ben Kane Engelstalig auteur is.

Ook wil langs deze weg meneer Maas bedanken voor het vertaalwerk 🙂

©Plien 2013

Vragen aan: Hanna Bervoets

hannabervoetsHanna Bervoets is nu 29 jaar. Zij heeft drie romans geschreven, ‘Of hoe waarom’, ‘Lieve Céline’ en ‘Alles wat er was’. Daarnaast heeft zij het toneelstuk ‘Roes’ en het filmscenario ‘Bowy is binnen’ geschreven. Er is ook een bundel uitgebracht van haar columns ‘Leuk zeg doei’. Ook heeft zij bijgedragen aan divers bundels. Je kunt op haar website www.hannabervoets.nl er alles over teruglezen.

Ik heb ‘Alles wat er was’ van Hanna Bervoets gelezen. Na aanleiding daarvan heb ik haar paar vragen per e-mail gestuurd. Wil je weten wat ik van het boek vond, lees dan mijn recensie over het boek.alles wat er was

 1. Hoe ben je op het idee gekomen om dit boek te schrijven?
“Ik liep al een tijdje met het idee rond om een roman te schrijven over mensen die met elkaar in één ruimte zitten opgesloten. Ik ben van nature geïnteresseerd in groepsprocessen, en zo’n afgesloten ruimte is natuurlijk de ultieme snelkookpan voor menselijke interactie. Ik heb nog even met de gedachte gespeeld mijn personages in de kelder van een ingestort gebouw te laten bivakkeren, maar uiteindelijk koos ik toch voor een algehele apocalyptisch: het leek me mooier als de rest van de wereld vergaan was, dat schiep de ruimte om de personages over die vergane wereld te laten nadenken. Daarnaast vroeg ik me dingen af als:  Hoe verhoud je je in zo’n afgesloten ruimte tot de anderen? Hoelang blijven bestaande omgangsnormen gelden, wanneer en waarom ga je daar vanaf wijken? En wat gebeurt er als er ook nog een voedseltekort is? Ik denk dat ieder mens uiteindelijk anders reageert. De een heeft behoefte aan contact, de ander zal zich juist afzonderen. Dat vond ik interessante dingen om te onderzoeken.”

2. Welke personage ligt het dichts bij je en waarom?
“Op het eerste gezicht staat Merel het dichtst bij me: ze is 29 jaar, rationeel, werkzaam in de media, alleenstaand. In die dingen lijken we op elkaar. Bovendien is Merel een observator: zij beschrijft de groep, precies zoals ik dat als schrijver ook doe. Er zijn echter ook belangrijke verschillen tussen Merel en mij. Ik denk dat ik net iets meer zelfreflectie heb. Ik ben ook iets socialer; vind het belangrijk dat iedereen me aardig vind. Merel heeft dat minder, die is afstandelijker. En Merel is ook niet het enige personage dat op me lijkt. Eigenlijk heeft ieder personage wel íets van mij weg. Barry heeft een beetje dezelfde humor als ik, en zo’n onbereikbare liefde heb ik ook wel eens gehad. In Kaspar herken ik het streberige; de wil om alsmaar dingen te blijven maken. En het narcisme van Leo is me ook niet helemáál vreemd. Ik denk dat Natalie uiteindelijk het verst van me afstaat.”

3. Wat zou je doen als dit jezelf zou overkomen?
“Ik weet van mezelf dat ik chagrijnig wordt als ik slecht eet en slaap. Al geldt dat waarschijnlijk voor bijna iedereen. Ik zou het verblijf dus nogal zwaar vinden, al zou ik het wel fijn vinden om anderen om me heen te hebben. Gebrek aan prikkels is een groot gevaar; als je er niets is, zoals in een cel, dan gaat je brein de leegte compenseren, en ga je hallucineren: dingen zien en horen die er niet zijn. Dat lijkt me vreselijk. De aanwezigheid van anderen kan dat voorkomen. Ik denk dat ik in de groep de rol van allemansvriend zou aannemen: een beetje als Barry dus. Ik zou conflicten uit de weg gaan, proberen het gezellig te houden. Al zou ik me ook willen kunnen afzonderen. Alleen zijn vind ik niet erg, zolang ik er zelf voor kan kiezen.”

Hanna, bedankt dat je de tijd hebt willen nemen om de vragen te beantwoorden.

Ik wil ook Martine van As van de uitgeverij AtlasContact bedanken voor de medewerking.

©Plien 2013

Vragen aan: Marelle Boersma

Marelle-BoersmaMarelle Boersma heeft 7 thrillers geschreven. Zij is moeder van twee jongens en woont in Wageningen. Marelle schreef al in haar jonge jaren maar ze heeft nooit serieus nagedacht om een schrijfster te worden. Marelle schrijft vooral over verborgen leed, zoals mantelzorg, jeugdzorg. Zij is vorig jaar benoemd tot een Vaandeldrager van het Oudernetwerk Jeugdzorg.
Daarnaast schrijft zij ook wekelijks een column voor Libelle.nl.
Verder geeft zij lezingen over het schrijverschap. Wil je meer meer over haar lezen, ga dan naar haar website  www.marelleboersma.nl

moederzielIk heb ‘Moederziel’ van Marelle Boersma gelezen. Na aanleiding daarvan heb ik haar paar vragen per e-mail gestuurd. Wil je weten wat ik van het boek vond, lees dan mijn recensie over het boek ‘Moederziel’.

Wat beweegt je om boeken over verborgen leed te schrijven?
Er zijn veel misstanden om me heen die mij raken, en juist die emotie heb ik nodig om te kunnen schrijven. De wereld is soms zo hard, waarom zou ik dan verder zoeken dan de hoek van de straat? Ik denk dat juist de onderwerpen dichtbij voor veel mensen herkenbaar zijn of juist onvoorstelbaar. Dat dit echt gebeurt… verzuchten mensen vaak. Tja, vaker dan je denkt. Helaas.

Daarnaast houd ik niet van overmatig geweld, veel bloed of een groot aantal lijken. Natascha van der Stelt beschreef dit mooi over ‘Moederziel’: ‘Bewonderenswaardig zoals Marelle Boersma een goede spannende psychologische thriller weet te schrijven vanuit het dagelijks leven van gewone mensen zonder hoofdrollen voor politie, lijken en forensisch onderzoek.’ Het is fijn als een recensente dit ziet.

Waarom hebt je voor het boek ‘Moederziel’ mantelzorg als uitgangspunt gekozen en dat deze zorg door haar dochter wordt gegeven?
De moeder-dochter band vind ik altijd heel speciaal. Omdat je vaak zoveel lijkt op je moeder, komt haar gedrag ook heel dichtbij. Veel mensen herkennen vooral de slechte eigenschappen, en dat kan snel irritaties opleveren. Vandaar dat ik voor de dochter gekozen heb om de zorg te verlenen, want in een thriller ga ik altijd op zoek naar emotionele grenzen.

Op wat voor manier hebt je onderzoek gedaan voor het boek ‘Moederziel’?
Helaas is een deel eigen ervaring. Ik heb een aantal weken met veel rugpijn plat op bed moeten liggen, waarbij de rand van het bed al een onneembare vesting was. En ook de telefoon, die op minder dan 2 meter afstand stond, was onbereikbaar voor mij. Ik voelde me zo afhankelijk, het is vreselijk als je de eigen regie over je leven kwijtraakt. Een goede vriendin zei tegen me: ‘zelfs uit deze ellende weet jij vast weer inspiratie te halen.’

Daarnaast heb ik contact gehad met een vrouw wiens moeder ms heeft. Zij heeft me informatie gegeven over de ziekte, maar ze heeft me ook de kant van de dochter laten zien. Want wat doet het met een kind als je moeder chronisch ziek is?

Hoe kiest je thema’s voor het boek, zoals nu voor het boek ‘Moederziel’, mantelzorg, persoonsgebonden budget en het ziekte MS?
Heel intuïtief. Soms komt er zomaar een onderwerp binnenzeilen en elk idee schrijf ik op. Maar de laatste tijd krijg ik ook steeds vaker mailtjes van lezers met dingen die ze zelf hebben meegemaakt, en zeker als dat een onderwerp is dat dicht bij de ‘gewone mens’ ligt (wie dat dan ook is…) dan kan het zijn dat het idee zich gaat nestelen in mijn hoofd. Pas als het gaat broeien, weet ik dat ik daarover ga schrijven. Het is een gevoel. Zo ben ik voor mijn volgende boek door iemand benaderd op twitter: ‘ik ken een vrouw die vele jaren gestalkt is, is dat geen mooi onderwerp voor jou?’ Die kwam direct binnen…

Ik lees op jouw website dat het volgend boek op een ander manier wordt geschreven, door middel van interactie met de lezers. Wat moet ik me daar bij voorstellen? Hoe gaat dat te werk?
Ja, dat is een heel leuk proces. Ik schrijf een interactieve thriller, en dat begon met het proces van het onderwerp kiezen. Dat is uiteindelijk ‘stalking’ geworden. Verder zijn er polls waar iedereen mag stemmen op een naam van mijn hoofdpersonage, of voor de locatie waar het verhaal zich af gaat spelen. Maar ook leg ik mijn lezers vragen voor hoe zij zouden reageren als ze zich in een bepaalde situatie zouden bevinden. Op die manier kan iedereen meedenken, en zelfs als ze dat willen een stukje meeschrijven aan mijn 8ste boek. Omdat ik de enige ben die het complete overzicht behoud, ligt de uiteindelijke beslissing natuurlijk bij mij, daar ben ik dan wel weer eigenwijs genoeg voor. Maar ik kan nu al zeggen dat bijvoorbeeld de keuze voor de locatie, de Veluwe, in het begin door een van mijn lezers is aangedragen. Hierdoor veranderde alles. En deze keuze blijkt een immens effect te hebben op het verloop van mijn verhaal.

Maar ook als je niet mee wilt denken, kun je ook alleen maar meelezen. Ik geef iedereen zo een uniek kijkje in de thrillerkeuken. Nieuwsgierig? Denk en lees mee op: http://schrijfeenthriller.wordpress.com/

Marelle, bedankt dat je de tijd hebt willen nemen om de vragen te beantwoorden.

Ik wil ook Ilse Karman van de uitgeverij De Crime Compagnie bedanken voor de medewerking.

©Plien 2013